ECLI:NL:GHDHA:2022:2632
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- C. Maas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde ondanks bodemverontreiniging en verpaupering achterliggende panden
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1909, gelegen aan een perceel met bodemverontreiniging en achterliggende verpauperde panden. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2020 vast op €100.000 en wees bezwaar en beroep af. De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof.
Het Hof overwoog dat de heffingsambtenaar een taxatierapport had overgelegd waarin de waarde was gebaseerd op vergelijkingsobjecten in dezelfde straat, waarbij rekening was gehouden met de slechte staat van onderhoud, voorzieningen, ligging en bodemverontreiniging door middel van een zeer lage score (1) en een extra waardevermindering van €40.000. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en de correcties waren adequaat toegepast.
Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vanwege de verloedering en bodemverontreiniging, maar het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep van belanghebbende op de waarde van het voorgaande jaar faalde omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopgegevens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €100.000 bevestigd.