Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[Verzoekster],
€ 1.840,-.
€ 1.840,- (duizend achthonderdveertig EURO).
Gerechtshof Den Haag
De verzoekster was in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen wegens verdenking van poging moord (feit 1). Voor een ander feit (vernieling, feit 2) werd zij veroordeeld tot een taakstraf. De rechtbank kende haar een schadevergoeding toe voor de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, maar niet het volledige gevraagde bedrag.
De verzoekster stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het hof stelde vast dat het begrip 'zaak' in artikel 533 Sv Pro in dit geval zo moet worden uitgelegd dat de veroordeling voor feit 2 niet verhindert dat zij een vergoeding kan krijgen voor de schade geleden door de voorlopige hechtenis voor feit 1, omdat er geen inhoudelijk verband is tussen de feiten.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding en kende een schadevergoeding toe voor 23 dagen voorlopige hechtenis tegen een dagvergoeding van €80, wat resulteerde in een bedrag van €1.840. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €1.840 toe voor de onrechtmatige voorlopige hechtenis en vernietigt de eerdere beschikking.