ECLI:NL:GHDHA:2022:2088
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- V.M. de Winkel
- A. de Lange
- G.C. Haverkate
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen invoer cocaïne
In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen van invoer van circa 703 kilogram cocaïne.
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf. De advocaat-generaal vorderde een hogere straf van 5 jaar en 6 maanden. Het hof oordeelde dat er wel aanwijzingen zijn dat de verdachte kennis had van de invoer van de drugs op de kotter die in de haven van Den Helder arriveerde, maar dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen wettig en overtuigend vast te stellen.
Voor het subsidiaire tenlastegelegde alleen plegen ontbrak elk bewijs. De Hoge Raad stelt strenge eisen aan bewijs voor medeplegen, die in deze zaak niet zijn gehaald. Daarom werd de verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen invoer cocaïne.