ECLI:NL:GHDHA:2022:201
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- D.M. Thierry
- L.C. van Walree
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte deelname en medeplichtigheid aan terroristische organisatie en munitiehandel
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met beschuldigingen van deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat en medeplichtigheid aan het voorhanden hebben en overdragen van grote hoeveelheden munitie, bestemd voor terroristische aanslagen in Europa.
Het hof onderzocht uitgebreid het dossier, waaronder vingerafdrukken op tassen met munitie, telefonische contacten tussen verdachte en medeverdachten, en verklaringen van getuigen. Hoewel verdachte contact had met betrokkenen en zijn vingerafdrukken op een tas met munitie werden aangetroffen, concludeerde het hof dat deze feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs vormen voor betrokkenheid bij de tenlastegelegde terroristische feiten.
De verklaringen van getuigen waren onvoldoende concreet en konden niet met zekerheid aan verdachte worden toegeschreven. De herkenning van verdachte als 'Rasta' door een medeverdachte werd verklaard door eerdere contacten en droeg niet bij aan bewijs van betrokkenheid bij de munitiehandel.
Gelet op het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd bevestigd dat het inbeslaggenomen geldbedrag aan verdachte wordt teruggegeven. Het vonnis van de rechtbank Rotterdam werd daarmee bevestigd met aangepaste motivering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie en medeplichtigheid aan munitiehandel wegens onvoldoende bewijs.