ECLI:NL:GHDHA:2022:1913

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2022
Publicatiedatum
30 september 2022
Zaaknummer
2200155922rk
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 75 SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens ISD-maatregel

De zaak betreft een verzoek van de verdachte om schorsing van de voorlopige hechtenis, aangezien hij een onherroepelijke ISD-maatregel wenst te ondergaan. Het hof overweegt dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen het detentieregime van een ISD-maatregel, die op behandeling is gericht, en dat van voorlopige hechtenis. Hierdoor is het niet in de rede om de voorlopige hechtenis te schorsen vanwege de uitvoering van een ISD-maatregel.

De voorlopige hechtenis was ingegaan op 19 augustus 2022 en zou oorspronkelijk duren tot 18 oktober 2022. Het hof heeft de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding verlengd met 120 dagen. Tijdens de raadkamer is de advocaat van de verdachte gehoord, terwijl de verdachte zelf schriftelijk heeft verklaard niet in raadkamer te willen verschijnen.

Het hof concludeert dat het strafvorderlijke belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de verdachte. Er zijn geen andere persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en wordt de voorlopige hechtenis verlengd en voortgezet in het Justitieel Centrum Zaanstad of een ander huis van bewaring in Nederland.

Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt met 120 dagen verlengd.

Uitspraak

datum beschikking: 29 september 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

Gezien de vordering van de advocaat-generaal van 21 september 2022 tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met een termijn van
honderdtwintig dagenin de zaak van:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in JC Zaanstad te Westzaan.
Procesgang
Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 juni 2022, ingegaan op 19 augustus 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 18 oktober 2022.
In het dossier bevindt zich een schriftelijke verklaring van de verdachte waaruit blijkt dat hij niet in raadkamer wenst te worden gehoord.
In raadkamer zijn gehoord de gemachtigd advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer en de advocaat-generaal mr. I.J.E.H.C. Degeling.
Beoordeling van de vordering verlenging gevangenhouding
Het hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn, mede gelet op het veroordelend vonnis d.d. 1 juni 2022.
Namens de verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte een recent onherroepelijk geworden ISD-maatregel wenst uit te zitten.
Ten aanzien van dit verzoek overweegt het hof dat er sprake is van een verschil in het detentieregime bij de executie van een onherroepelijke ISD-maatregel – waarbij bovendien geldt dat ISD een op behandeling gerichte maatregel is - ten opzichte van het detentieregime bij de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis. Gelet daarop ligt het in beginsel niet in de rede om de voorlopige hechtenis te schorsen vanwege de executie van een eerder opgelegde ISD-maatregel. Nu verder geen reden van persoonlijk belang voor schorsing is aangevoerd, komt het hof tot het oordeel dat het strafvorderlijke belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren.
Dit brengt met zich mee dat het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen.
Beslissing
Het hof:
Gelet ophet bepaalde in de artikelen 66, 66 lid 2, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering;
Verlengtde geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van
HONDERDTWINTIG DAGENen bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in JC Zaanstad te Westzaan of enig ander huis van bewaring hier te lande.
Wijst af het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 29 september 2022 door
mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,
mr. M.C. Bruining en mr. W.B.M. Tomesen, leden,
in bijzijn van mr. K. Roos, griffier
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 29 september 2022
de advocaat-generaal
Gezien door de directeur van JC Zaanstad te Westzaan op