Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
honderdtwintig dagenin de zaak van:
[verdachte],
HONDERDTWINTIG DAGENen bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in JC Zaanstad te Westzaan of enig ander huis van bewaring hier te lande.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de verdachte om schorsing van de voorlopige hechtenis, aangezien hij een onherroepelijke ISD-maatregel wenst te ondergaan. Het hof overweegt dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen het detentieregime van een ISD-maatregel, die op behandeling is gericht, en dat van voorlopige hechtenis. Hierdoor is het niet in de rede om de voorlopige hechtenis te schorsen vanwege de uitvoering van een ISD-maatregel.
De voorlopige hechtenis was ingegaan op 19 augustus 2022 en zou oorspronkelijk duren tot 18 oktober 2022. Het hof heeft de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding verlengd met 120 dagen. Tijdens de raadkamer is de advocaat van de verdachte gehoord, terwijl de verdachte zelf schriftelijk heeft verklaard niet in raadkamer te willen verschijnen.
Het hof concludeert dat het strafvorderlijke belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de verdachte. Er zijn geen andere persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en wordt de voorlopige hechtenis verlengd en voortgezet in het Justitieel Centrum Zaanstad of een ander huis van bewaring in Nederland.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis wordt met 120 dagen verlengd.