ECLI:NL:GHDHA:2022:1696

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
6 september 2022
Publicatiedatum
6 september 2022
Zaaknummer
AV00102422
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 512 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken wrakingsgronden

Verzoeker heeft op 28 februari 2022 een klaagschrift ingediend en vervolgens op 12 juni 2022 een wrakingsverzoek tegen het gerechtshof ingediend. Hij vroeg om digitale toezending van stukken om zijn wrakingsgronden te kunnen formuleren, maar gaf later aan dat hij deze gronden niet kon aanvoeren omdat hij geen stukken ontving.

De beklagkamer heeft op 17 augustus 2022 de namen van de behandelend raadsheren medegedeeld. Verzoeker reageerde dat dit voor hem geen waarde had zonder de stukken. De wrakingskamer heeft verzoeker meerdere malen in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek te motiveren, maar er kwam geen aanvulling.

Op grond van het Wrakingsprotocol vereist een wrakingsverzoek gemotiveerde feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters in twijfel trekken. Omdat verzoeker geen gronden heeft aangevoerd, is het wrakingsverzoek zonder zitting afgedaan en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het ontbreken van wrakingsgronden.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : AV 001024-22
Kenmerk beklagzaak (ex artikel 12 Sv Pro) : K22/220108
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken d.d. 6 september 2022
inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de beklagzaak met voormeld kenmerk, ingediend door:

[naam],

wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker.

Het wrakingsverzoek

1. Verzoeker heeft op 28 februari 2022 op grond van artikel 12 Sv Pro een klaagschrift met bijlagen bij dit gerechtshof ingediend.
2. Bij schriftelijk verzoek van 12 juni 2022 heeft verzoeker in deze beklagprocedure een verzoek tot wraking gedaan van dit hof. Hij verzoekt het hof hem alle stukken in deze zaak digitaal toe te sturen en deelt mee dat hij daarna zijn wrakingsgronden zal formuleren, want hij weet niet welke rechters op de zaak zitten en welke namen bij de wraking genoemd moeten worden.
3. Bij schriftelijke reactie van 16 juni 2022 van de wrakingskamer is aan verzoeker medegedeeld dat de beklagzaak nog niet in behandeling is genomen door de beklagkamer en de samenstelling van de beklagkamer nog niet bekend is.
4. Op 17 augustus 2022 heeft de beklagkamer aan verzoeker per e-mail de namen van de behandelend raadsheren van de beklagzaak medegedeeld. Dit betreffen mrs. Th.P.L. Bot, P.J. van der Flier en H.P.Ch. van Dijk. Op diezelfde datum heeft verzoeker hierop gereageerd. Hij heeft per e-mail aan de wrakingskamer bericht – kort gezegd – dat hij nog steeds geen stukken heeft, daarom geen wrakingsgronden kan formuleren en de namen van de behandelend raadsheren van geen waarde zijn.
5. Bij brief van 22 augustus 2022 heeft de wrakingskamer verzoeker erop gewezen dat hij nog geen wrakingsgronden heeft geformuleerd en dat hij tot 29 augustus 2022 in de gelegenheid wordt gesteld om zijn verzoek aan te vullen. De wrakingskamer heeft verder aangegeven dat de wrakingskamer niet over een dossier beschikt en dat verzoeker zich voor het verkrijgen van stukken tot de afdeling strafrecht moet wenden. Hierop is geen reactie meer van verzoeker ontvangen.
6. De wrakingskamer verstaat het wrakingsverzoek aldus dat het betrekking heeft op de behandelend raadsheren die in het e-mailbericht van 17 augustus 2022 door de beklagkamer zijn genoemd. Daarmee strekt het wrakingsverzoek tot wraking van mrs. Th.P.L. Bot, P.J. van der Flier en H.P.Ch. van Dijk.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

7. Op grond van het bepaalde in artikel 1 lid 4 van Pro het Wrakingsprotocol van dit gerechtshof moet het wrakingsverzoek de feiten of omstandigheden vermelden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, ook wel de gronden voor wraking genoemd.
8. Ingevolge artikel 4 lid 2 sub d van Pro het Wrakingsprotocol van dit gerechtshof kan een wrakingsverzoek dat niet is gemotiveerd, zonder behandeling ter zitting worden afgedaan. Verzoeker heeft meermalen de mogelijkheid gehad genoemde gronden voor wraking aan te dragen en is door de wrakingskamer in de gelegenheid gesteld zijn verzoek tot wraking aan te vullen. Nu de wrakingskamer deze aanvulling niet heeft mogen ontvangen, ziet de wrakingskamer geen aanleiding een zitting te bepalen en zal worden beslist als volgt.

Beslissing

Het hof:
  • verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker en mrs. Th.P.L. Bot, P.J. van der Flier en H.P.Ch. van Dijk.
Deze beslissing is gegeven op 6 september 2022 door mrs. E.C. van Veen, H.C. Wiersinga en C.M. Warnaar, in aanwezigheid van de griffier mr. L.E. Hollander.
Deze beslissing is getekend door de voorzitter en de griffier.