ECLI:NL:GHDHA:2022:1582
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar Curaçao
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar Curaçao te verhuizen, nadat de vader geen toestemming gaf. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de moeder ging in hoger beroep. Het hof heeft het verzoek opnieuw beoordeeld aan de hand van artikel 1:253a BW en de belangen van het kind en de ouders afgewogen.
De moeder stelde dat zij zich wilde herenigen met haar gezin op Curaçao en dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege haar baan en woonsituatie. De vader betoogde dat de verhuizing het contact met het kind ernstig zou beperken en een loyaliteitsconflict zou veroorzaken. Het hof vond dat de moeder onvoldoende noodzaak had aangetoond voor de verhuizing en dat de verhuizing nadelige gevolgen zou hebben voor de minderjarige, die in Nederland geworteld is en een goede zorgregeling met de vader heeft.
Het hof concludeerde dat het belang van de minderjarige zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij verhuizing. De geboden compensatie, zoals jaarlijkse reis naar Nederland en videobellen, is onvoldoende ter vervanging van het reguliere contact. Ook acht het hof het niet aannemelijk dat de verstoorde communicatie tussen ouders zal verbeteren door verhuizing. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming tot verhuizing met de minderjarige naar Curaçao wordt afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.