De Belastingdienst vorderde terugbetaling van een bedrag van €427.134 dat per abuis aan NDW Infra B.V. was overgemaakt. Volgens de Belastingdienst was het bedrag niet voor NDW bestemd en had het duidelijk moeten zijn dat terugbetaling vereist was. Zowel NDW als haar indirecte bestuurder verschenen niet in de procedure en voerden geen verweer.
De rechtbank veroordeelde NDW en haar bestuurder tot betaling voor gelijke delen, maar de Belastingdienst ging in hoger beroep omdat hij een hoofdelijke veroordeling wilde. Het hof oordeelde dat de vordering tot hoofdelijke veroordeling op grond van onverschuldigde betaling en bestuurdersaansprakelijkheid toewijsbaar is.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde NDW en haar bestuurder hoofdelijk tot betaling van het bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 februari 2019, en in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.