ECLI:NL:GHDHA:2022:1046
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over benadeling gemeenschap door verspilling netto-verkoopopbrengst echtelijke woning
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep in een familierechtelijke zaak waarin de vrouw stelde dat de man de gemeenschap van goederen had benadeeld door de netto-verkoopopbrengst van de echtelijke woning zonder haar toestemming aan zijn vader over te maken. De rechtbank had dit verzoek van de vrouw afgewezen, maar het hof vernietigde die beslissing.
Het hof stelde vast dat er ten tijde van de overboeking geen huwelijkse schulden meer waren en dat de man geen geldige titel had voor de overboeking. Er was geen bewijs van wilsovereenstemming tussen partijen over deze overboeking en de vrouw was niet gekend in deze handeling. Hierdoor was sprake van verspilling van gemeenschapsgoed in de zin van artikel 1:164 BW Pro.
Het hof veroordeelde de man tot vergoeding van de helft van het bedrag van € 9.468,10 aan de vrouw. Daarnaast behandelde het hof het incidenteel hoger beroep van de man over de zorgregeling voor de minderjarige zoon en besloot deze af te wijzen, omdat partijen in goed overleg een flexibele regeling hanteren die in het belang van het kind is.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man is veroordeeld tot vergoeding van € 9.468,10 aan de vrouw wegens benadeling van de gemeenschap door verspilling van de netto-verkoopopbrengst van de echtelijke woning.