ECLI:NL:GHDHA:2022:1013
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over honorarium advocaat en rechtsbijstandsverzekering bij VVE
In deze zaak stond centraal of de advocaat van een Vereniging van Eigenaren (VVE) recht had op een honorarium hoger dan het door de rechtsbijstandsverzekering gedekte bedrag van €5.000 exclusief btw. De VVE had de advocaat een bedrag betaald dat het verzekerde bedrag overschreed en vorderde dit teveel betaalde bedrag terug wegens onverschuldigde betaling.
De feiten waren niet in geschil: de VVE had een rechtsbijstandsverzekering afgesloten met een maximum vergoeding van €5.000 exclusief btw. De advocaat had werkzaamheden verricht en een hoger bedrag gefactureerd. Correspondentie tussen partijen en met de verzekeraar toonde aan dat er geen duidelijke afspraak was over betaling boven het verzekerde bedrag. De advocaat had geen opdrachtbevestiging gevraagd voor extra werkzaamheden.
De rechtbank had de vordering van de VVE toegewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de advocaat niet redelijkerwijs mocht aannemen dat hij meer dan het verzekerde bedrag zou ontvangen. Ook het beroep op rechtsverwerking en klachtplicht faalde. De VVE mocht het teveel betaalde bedrag terugvorderen.
Het hof wees de grieven van de advocaat af en veroordeelde hem in de proceskosten. De zaak benadrukt het belang van duidelijke afspraken over honoraria bij rechtsbijstandsverzekeringen en de gevolgen van het ontbreken daarvan.
Uitkomst: De vordering van de VVE tot terugbetaling van het teveel betaalde honorarium is toegewezen en het vonnis van de kantonrechter is bekrachtigd.