ECLI:NL:GHDHA:2021:999
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot bedreiging met terroristisch misdrijf tegen Iraanse ambassade
De verdachte werd beschuldigd van bedreiging met een terroristisch misdrijf tegen personen van de afdeling bewaken en beveiligen (ABB), de rechtspersoon ABB en het ambassadegebouw van de Islamitische Republiek Iran. Hij zou hebben gezegd een aanslag te willen plegen op de ambassade met een bom en met een auto de ambassade inrijden.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en vorderde een gevangenisstraf van 270 dagen, waarvan 86 dagen voorwaardelijk. Het hof vernietigde het vonnis van beroep vanwege wijziging van de tenlastelegging en deed opnieuw recht.
Het hof oordeelde dat bedreiging jegens het ambassadegebouw niet strafbaar is onder artikel 285 Sr Pro, omdat bedreiging zich richt op personen en niet op goederen. Tevens kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het vereiste dubbel opzet had om personen van de ABB of de rechtspersoon ABB te bedreigen. De verdachte was zich niet bewust van de bewakingscontainer en het personeel van ABB bij de ambassade.
De verdachte verklaarde dat hij de uitlatingen deed om medische hulp te krijgen en niet om te bedreigen. Gezien deze omstandigheden sprak het hof de verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde, waaronder poging tot bedreiging.
Het arrest werd uitgesproken op 8 april 2021 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken van bedreiging met een terroristisch misdrijf wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van opzet.