Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding
- i) [werknemer] is op 1 juli 2011 bij Eriks in dienst getreden. Hij was werkzaam in de functie van [functienaam] .
- ii) In 2019 heeft [werknemer] een verbetertraject gevolgd.
- iii) Op 11 december 2019 is [werknemer] vrijgesteld van werk; hij heeft nadien niet meer voor Eriks gewerkt. Partijen hebben onderhandeld over een beëindigingsovereenkomst, maar deze is niet tot stand gekomen.
- iv) Op 8 mei 2020 is [werknemer] op staande voet ontslagen.
- v) [werknemer] heeft de kantonrechter verzocht het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen en Eriks te veroordelen tot loondoorbetaling. De kantonrechter heeft dit verzoek bij beschikking van 6 augustus 2020 afgewezen (zaaknummer 8635984 VZ VERZ 20-13799, ECLI:NL:RBROT:2020:7590). Het hof Den Haag heeft deze beschikking op 24 november 2020 bekrachtigd (zaaknummer 200.282.392/01, ECLI:NL:GHDHA:2020:2102).