ECLI:NL:GHDHA:2021:353
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewindvoerder afgewezen wegens ontbreken belang en onvolledig dossier
De kantonrechter wees het verzoek van de bewindvoerder af om een extra beloning aan rechthebbende in rekening te mogen brengen en weigerde vervolgens de machtiging aan de bewindvoerder om namens rechthebbende hoger beroep in te stellen. De bewindvoerder stelde dat de kantonrechter een onjuist toetsingskader hanteerde door het belang van de bewindvoerder en rechthebbende tegen elkaar af te wegen, terwijl volgens artikel 1:443 BW Pro de bewindvoerder in principe bevoegd is namens rechthebbende te procederen tenzij sprake is van een lichtvaardig besluit.
Het hof bevestigde dat de kantonrechter ten onrechte niet heeft getoetst aan het criterium van lichtvaardigheid, maar verklaarde het hoger beroep van de bewindvoerder niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep tegen de afwijzing van de extra beloning al inhoudelijk was beslist en het belang van de bewindvoerder daarmee was komen te vervallen. Bovendien ontbrak het inleidend verzoek van de bewindvoerder in het dossier, waardoor het hof de toets niet kon uitvoeren.
Het hof benadrukte dat artikel 1:443 BW Pro bedoeld is om de bewindvoerder zekerheid te bieden tegen beschuldigingen van lichtvaardig procederen, en dat de bewindvoerder in beginsel bevoegd is om namens rechthebbende op te treden zonder machtiging. De beslissing van de kantonrechter om de machtiging te weigeren op basis van belangenafweging was onjuist, maar het gebrek aan belang en het onvolledige dossier maakten verdere behandeling overbodig.
De beschikking van het hof verklaart het hoger beroep van de bewindvoerder niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de eerdere afwijzing van het verzoek om machtiging.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken belang en onvolledig dossier.