Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 9 februari 2021
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna te noemen: de vrouw,
geïntimeerde, tevens appellant in incidenteel appel,
hierna te noemen: de man,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [minderjarige een] , geboren [in] 2009 te [plaatsnaam] ;
- [minderjarige twee] , geboren [in] 2010 te [plaatsnaam] .
- bepaalt dat de man en de minderjarigen in de periode vanaf 15 juli 2020 tot 30 augustus 2020 wekelijks een half uur telefonisch contact met elkaar hebben zoals omschreven in r.o. 4.9 van het vonnis;
- bepaalt dat de man en de minderjarigen omgang met elkaar hebben zoals omschreven in r.o. 4.10 van het vonnis tot in een bodemzaak een andere beslissing zal zijn gegeven, dat wil zeggen: de minderjarigen en de man hebben contact met elkaar bij de man thuis, bij voorkeur in aanwezigheid van de tantes van de minderjarigen, op:
- veroordeelt de vrouw tot betaling van een dwangsom van € 100,- voor elke dag die zij de zorgregeling na betekening van het vonnis niet of niet geheel nakomt met een maximum van € 5.000,-;
- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- verleent de vrouw toestemming om met de minderjarigen in de periode van 22 juli tot 14 augustus 2020 af te reizen en te verblijven in Griekenland;
- verklaart deze toestemming uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de proceskosten in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
- de vordering van de man tot nakoming van de zorgregeling – daaronder begrepen de door de voorzieningenrechter vastgestelde opbouwregeling – af te wijzen, alsook de gevorderde dwangsom;
- te bepalen dat de fysieke zorgregeling tussen de man en minderjarigen voor minimaal zes maanden wordt opgeschort;
- de man te veroordelen in de kosten van beide procedures.
- vernietiging van het bestreden vonnis, voor zover het de hoogte van de vastgestelde dwangsom betreft, en opnieuw rechtdoende deze dwangsom vast te stellen op een bedrag van € 500,- voor elke dag die de vrouw de zorgregeling na het wijzen van arrest dan wel na betekening ervan niet of niet geheel nakomt, met een maximum van € 50.000,-;
- met veroordeling van de vrouw in de kosten van het hoger beroep.
Beslissing
- bepaalt dat de man en de minderjarigen omgang met elkaar zullen hebben met ingang van 1 juni 2021 volgens de zorgregeling die is vastgesteld bij beschikking van 2 oktober 2013 van het hof Den Haag;
- veroordeelt de vrouw tot betaling van een dwangsom van € 150,- voor elke dag dat zij de zorgregeling met ingang van 1 juni 2021 niet of niet geheel nakomt, met een maximum van € 10.000,-;