Uitspraak
1.Verder procesverloop in hoger beroep
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de gecertificeerde instelling, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] ;
- de bijzondere curator.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de rechtspositie centraal van een man die niet met gezag over zijn minderjarige kind was belast, in een procedure tussen de uit het gezag ontheven moeder en de gecertificeerde instelling. De rechtbank had de man steeds als informant aangemerkt en niet als belanghebbende, ook toen de gecertificeerde instelling een zelfstandig verzoek tot ontzegging van het omgangsrecht van beide ouders had ingediend.
De man voerde aan dat hij ten onrechte niet als belanghebbende was erkend en dat hij daardoor niet de mogelijkheid had gekregen om verweer te voeren tegen het zelfstandig verzoek. De rechtbank had volgens hem de gecertificeerde instelling niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar verzoek ten aanzien van hem. De gecertificeerde instelling stelde dat de belangen van de man voldoende waren meegewogen en dat hij zich niet aan de ontzegging had gehouden.
Het hof oordeelde dat de rechtbank de belangen van de man niet op juiste en zorgvuldige wijze had meegewogen. Omdat de man niet als belanghebbende was aangemerkt, kon hij zich niet verweren en had de rechtbank de gecertificeerde instelling niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar zelfstandig verzoek. Het hof vernietigde daarom de ontzegging van het omgangsrecht van de man en wees het zelfstandig verzoek ten aanzien van hem af. De overige hoger beroep verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontzegging van het omgangsrecht van de man en verklaart het zelfstandig verzoek van de gecertificeerde instelling niet-ontvankelijk ten aanzien van hem.