Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
2. [appellant 2] , weduwe van [betrokkene 1] ,
3. Folant Bewind , vertegenwoordigd door [bewindvoerder 1] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [betrokkene 2] ,
4. [appellant 4] ,
1.[geïntimeerde 1] ,
2.[geïntimeerde 2] ,
3.[geïntimeerde 3] ,
4.[geïntimeerde 4] ,
6.[geïntimeerde 6] ,
- de exploten van respectievelijk 3, 8 en 9 juli 2020 waarbij appellanten in hoger beroep zijn gekomen van een door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 15 april 2020;
- de memorie van grieven met producties, ingediend ter rolzitting van 29 september 2020 waarbij appellanten vier grieven hebben aangevoerd;
- de memorie van antwoord tevens houdende vermeerdering van eis met producties, ingediend namens [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ter rolzitting van 16 maart 2021;
- de namens Modus Vivendi ingediende memorie van antwoord met een productie ter rolzitting van 13 april 2021;
- de antwoordakte wijziging van eis met producties die namens appellanten ter zitting van 14 oktober 2021 is ingediend.
- de appellanten, genoemd onder 2 tot en met 4, vergezeld van hun advocaat;
- [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] , vergezeld van hun advocaat;
- [geïntimeerde 3] ;
- Modus Vivendi, vergezeld van zijn advocaat.
tot(cursivering hof) verdeling staat vast maar de overeenkomst
van(cursivering hof) verdeling niet, aldus appellanten.