Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
1 impliciet subsidiair:
doodslag;
2.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
3.
mishandeling;
4.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
- een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek;
- een verplichting zich onder behandeling te stellen van “De Waag” of een soortgelijke zorginstelling.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) jaren.
onttrekking aan het verkeervan het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
[benadeelde partij 1]ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot een bedrag van
€ 1.974,32 (duizend negenhonderdvierenzeventig euro en tweeëndertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 86.251,00 (zesentachtigduizend tweehonderdeenenvijftig euro) aan immateriële schadeaf.
[benadeelde partij 1], ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 1.974,32 (duizend negenhonderdvierenzeventig euro en tweeëndertig cent)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
29 (negenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
[slachtoffer 2]ter zake van het onder
€ 3.124,24 (drieduizend honderdvierentwintig euro en vierentwintig cent) bestaande uit € 624,24 (zeshonderdvierentwintig euro en vierentwintig cent) materiële schade en
[slachtoffer 2], ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 3.124,24 (drieduizend honderdvierentwintig euro en vierentwintig cent)bestaande uit € 624,24 (zeshonderdvierentwintig euro en vierentwintig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening
gijzelingop ten hoogste
41 (eenenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
gevangenisstrafvoor de duur van
103 (honderddrie) dagen.