Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 27 juli 2021
[de vader] ,
[de dochter] ,
Het geding
De feiten
Kern van het geschil
Het bestreden vonnis
in conventie
in reconventieafgewezen. De vader heeft in eerste aanleg gevorderd om
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond centraal of de dochter een recht had om de ouderlijke woning alleen te gebruiken. De vader was na een conflict vertrokken uit de woning, waarna de dochter daar bleef wonen. De rechtbank had de vader verboden de woning te betreden en het gebruik door de dochter beschermd.
Het hof oordeelde echter dat niet aannemelijk was dat tussen vader en dochter een gebruiksovereenkomst was gesloten die de dochter een exclusief gebruiksrecht gaf. De vader is mede-eigenaar en heeft zijn rechten niet prijsgegeven door vertrek uit de woning. Culturele argumenten en onderhoudsverplichtingen van de vader veranderden hier niets aan.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis voor zover het de dochter een gebruiksrecht toekende en wees de vordering van de vader tot ontruiming toe. De dochter moet de woning binnen 30 dagen verlaten, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De dochter is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 30 dagen met een dwangsom bij niet-naleving.