Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 augustus 2021
[de vrouw] ,
[de man] ,
Het geding
- het exploot van 26 mei 2020 waarbij de vrouw in hoger beroep is gekomen van een door de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 25 maart 2020, hierna ook: het bestreden vonnis;
- de ter roldatum van 15 september 2020 ingediende memorie van grieven met producties, waaronder het procesdossier in eerste aanleg;
- de door de man ter rolzitting van 27 oktober 2020 ingediende memorie van antwoord, tevens incidenteel appel, met producties;
- de door de vrouw ter rolzitting van 5 januari 2021 ingediende memorie van antwoord in incidenteel appel.
Korte weergave van de zaak
De beslissing van de rechtbank, de vorderingen en het geschil in hoger beroep
- Partijen verkopen en leveren de woning aan een derde via een makelaar;
- Het vonnis treedt in de plaats van alle rechtshandelingen die de vrouw in dit verband moet verrichten;
- De hypothecaire geldlening wordt afgelost uit de verkoopopbrengst en van de overwaarde (na aftrek van de verkoopkosten) komt aan ieder van partijen de helft toe;
- De SpaarZeker Verzekeringpolis wordt aan de vrouw toegedeeld onder de verplichting aan de man uit hoofde van overbedeling uiterlijk bij de notariële levering van de woning aan een derde € 5.226,40 te vergoeden en de man wordt gelast om aan de toedeling aan de vrouw mee te werken;
- Partijen moeten ieder de helft van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de verdeling, voldoen.