Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 juli 2021
appellant,
hierna te noemen: de man,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vrouw,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- elke week van woensdag 07:00 uur tot donderdag 18:30 uur;
- elke week op zaterdag of zondag in onderling overleg tussen partijen te bepalen van 10:00 uur tot 18:30 uur;
- waarbij de vrouw [de minderjarige] brengt en ophaalt bij de man en partijen elkaar via een schriftje op de hoogte stellen van de dagelijkse gang van zaken rond [de minderjarige] .
- elke week van dinsdag 07:30 uur tot woensdag 18:30 uur;
- elke zaterdag van 09:30 uur tot 18:30 uur.
- in conventie: de vordering van de man afgewezen;
- in reconventie: de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot wijziging van de zorgregeling en het meer of anders gevorderde afgewezen;
- in conventie en reconventie: de kosten van de procedure tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
- de vrouw alsnog veroordeelt tot nakoming van de in de beschikking van 15 mei 2020 opgenomen zorgregeling, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat de vrouw de zorgregeling niet nakomt;
- de vrouw veroordeelt in de kosten van beide instanties.
- primair: de vastgestelde zorgregeling op te schorten totdat in de bodemprocedure definitief is beslist op de zorgregeling;
- subsidiair:
- de (gewijzigde) zorgregeling is lange tijd zonder al te grote problemen tussen partijen uitgevoerd;
- het bestreden vonnis leidt ertoe dat de man [de minderjarige] voor een lange tijd niet zal kunnen zien;
- partijen hebben in eerste aanleg beiden nakoming van de zorgregeling gevorderd, zodat de voorzieningenrechter de vordering van de man niet had mogen afwijzen;
- de zorgen die de vrouw en de raad ter zitting in eerste aanleg hebben geuit over de veiligheid van [de minderjarige] in het kader van omgang met de man zijn niet onderbouwd;
- de vrouw is niet bereid om in mediation te gaan of een viergesprek te voeren, dan wel mee te werken aan een hulpverleningstraject bij Ouderschap Blijft of FamilyMatters;
- de hulpverlening vanuit het wijkteam is inmiddels gestopt door de weigerachtige houding van de vrouw;
- de man betreurt het incident op 17 oktober 2020, maar dit incident rechtvaardigt niet de ontzegging van fysieke omgang met [de minderjarige] .
- de vrouw maakt zich zorgen om de veiligheid van [de minderjarige] , omdat de man medicatie gebruikt en te veel alcohol drinkt;
- de man is als gevolg van het incident op 17 oktober 2020 veroordeeld wegens mishandeling van de vrouw;
- dit incident heeft grote impact gehad op de vrouw, waardoor zij nog steeds bang is voor de man; ook [de minderjarige] heeft zich onveilig gevoeld na het incident;
- de vrouw handelt naar het advies van de raad, inhoudende dat het op dit moment niet veilig is voor [de minderjarige] om fysieke omgang te hebben met de man;
- partijen zullen eerst aan hun onderlinge verstandhouding moeten werken in het kader van het traject bij Ouderschap Blijft, voordat fysieke omgang tussen de man en [de minderjarige] hervat kan worden;
- als het hof toch beslist tot hervatting van fysieke omgang, dan zal die in samenspraak met de hulpverlening uitgevoerd moeten worden.