ECLI:NL:GHDHA:2021:1807
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening bij partneralimentatiegeschil
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Den Haag op 29 september 2021 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake partneralimentatie.
De rechtbank had op 8 juni 2015 de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de man aan de vrouw een maandelijkse uitkering tot levensonderhoud van € 3.000,- moest betalen. De man kwam op 3 februari 2021 in hoger beroep tegen deze beschikking, maar de vrouw stelde dat dit te laat was omdat het hoger beroep binnen drie maanden na betekening van de beschikking moest worden ingesteld.
Het hof oordeelde dat de beschikking op juiste wijze was betekend door publicatie in de Staatscourant op 1 oktober 2018, waarna de beroepstermijn van drie maanden begon te lopen. De man had geen vaste woon- of verblijfplaats en had geen bekend adres aan de vrouw verstrekt. Zijn stelling dat hij in België woonde werd niet met stukken onderbouwd en werd verworpen. Omdat het hoger beroep pas in 2021 werd ingesteld, was dit te laat en werd de man niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zag geen aanleiding om de uitvoerbaarverklaring te schorsen en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.