ECLI:NL:GHDHA:2021:1784
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting buiten vergunningsgebied
Belanghebbende parkeerde op diverse tijdstippen en locaties zonder geldige parkeervergunning binnen het vergunningsgebied, waardoor de gemeente Den Haag naheffingsaanslagen parkeerbelasting oplegde. De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond en bevestigde de aanslagen.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij onterecht werd aangeslagen omdat hij meende binnen het vergunninggebied te parkeren en dat hij beschermd zou zijn tegen naheffingsaanslagen vanwege het gebruik van een postbusadres. Het Hof oordeelde dat de afbakening van het vergunninggebied duidelijk is en dat het risico van onjuiste veronderstellingen bij de parkeerder ligt.
Daarnaast benadrukte het Hof dat naheffingsaanslagen bestuursrechtelijk van aard zijn en niet onder het strafrecht vallen, waardoor het beroep op strafrechtelijke bescherming faalt. Ook werd geoordeeld dat de naheffingsaanslagen rechtsgeldig zijn bekendgemaakt, ondanks het ontbreken van een inschrijving op het feitelijke woonadres.
Het beroep op coulance vanwege bijzondere omstandigheden werd als niet-toetsbaar door het Hof beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht en rechtsgeldig zijn opgelegd.