Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 28 september 2021
[appellant],
de Staat der Nederlanden (ministerie van Justitie en Veiligheid),
Het geding
De zaak in het kort
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 15 januari 2020;
- veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 760,- aan verschotten en € 1.114,- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.