ECLI:NL:GHDHA:2021:1121
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- O.E.M. Leinarts
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- W.S. Korteling
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarig stiefkind
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag werd verdachte verdacht van meervoudige ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind in de periode juli 2017 tot maart 2018. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep.
Het hof stelde dat zedenzaken vaak berusten op de verklaring van de aangever en ontkenning van verdachte, waardoor aanvullend steunbewijs vereist is. De verklaringen van het slachtoffer werden door twee deskundigen tegenstrijdig beoordeeld: één concludeerde hoge betrouwbaarheid, de ander vermoedde verzinsels. Het aanwezige steunbewijs, zoals gedrag van het slachtoffer en emotionele uitingen, was onvoldoende overtuigend.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien verdachte werd vrijgesproken. Het hof veroordeelde het slachtoffer in de kosten van de verdediging, begroot op nihil.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 18 mei 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met minderjarig stiefkind.