Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Stichting Regionaal Opleidingencentrum Zuid-Holland Zuid, mede handelend onder de naam
Da Vinci,
- het dossier uit de eerste aanleg, waartoe behoort het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2021;
- de appeldagvaarding van 15 maart 2021 van IVIO, waarin de grieven zijn opgenomen, met producties;
- de memorie van antwoord van de gemeenten met één productie;
- de memorie van antwoord, tevens voorwaardelijk incidenteel appel, met producties, van Da Vinci;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel van IVIO;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel van de gemeenten;
- de akte houdende verandering van eis, tevens houdende akte overlegging productie van IVIO, met één productie (productie 4);
- de akte overlegging producties van Da Vinci (met producties 28-30);
- de akte overlegging productie van IVIO (met productie 5);
- de akte overlegging producties van IVIO (met producties 6 en 7).
4.Uitsluitingsgronden en Geschiktheidseisen
5.Gunningscriteria
(…)
- De in paragraaf 4.3.3 van het aanbestedingsdocument opgenomen geschiktheidseis dat een inschrijver moet beschikken over het keurmerk ‘Blik op Werk’ ziet (mede) op het Keurmerk Inburgeren van Blik op Werk. IVIO had ten tijde van haar inschrijving de aspirant-status en voldeed daarmee niet aan deze geschiktheidseis. De gemeenten hadden IVIO daarom moeten uitsluiten;
- De telefoongesprekken die [betrokkene] op 11 december 2020 voerde met twee wethouders zijn in strijd met het communicatieverbod dat is opgenomen in het aanbestedingsdocument. Het beroep van de gemeenten op artikel 2.87 lid 1 sub i Aanbestedingswet (hierna ook: Aw) treft echter geen doel. De in dat artikel opgenomen (facultatieve) uitsluitingsgronden hebben betrekking op gedrag van de gegadigde of inschrijver voorafgaand aan het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of inschrijving. Hoewel van een ervaren inschrijver als Da Vinci verwacht had mogen worden het communicatievoorschrift na te leven, is uitsluiting op die grond in dit geval disproportioneel.
- Omdat IVIO moet worden uitgesloten is Da Vinci de enige resterende inschrijver. Zij heeft daarom geen belang bij haar vordering tot herbeoordeling.
het principaal hoger beroepdat het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd, dat de vorderingen van Da Vinci alsnog worden afgewezen en dat de gemeenten wordt geboden de opdracht, voor zover zij die nog willen gunnen, aan geen ander te gunnen dan aan IVIO. IVIO vordert voorts dat Da Vinci en de gemeenten worden veroordeeld in de kosten van het geding.
grief Ivoert IVIO aan dat zij wel degelijk over het (volwaardige) Blik op Werk keurmerk beschikt en dat deze eis overigens slechts een uitvoeringseis betreft.
Grief IIis gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de uitsluiting van Da Vinci wegens overtreding van het contactverbod disproportioneel is.
Grief IIIsignaleert een inconsistentie in het vonnis omdat de voorzieningenrechter volgens IVIO buitengewoon streng is waar het het Blik op Werk keurmerk betreft en mild is waar het de overtreding van het contactverbod door Da Vinci betreft.
Grief IVis gericht tegen te proceskostenveroordeling.
voorwaardelijk incidenteel appelvordert Da Vinci, voor het geval het hof oordeelt dat de gemeenten de inschrijvingen van IVIO en Da Vinci niet hadden mogen uitsluiten, de gemeenten te veroordelen om de inschrijving van Da Vinci te herbeoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie, ondersteund door een onafhankelijke, externe deskundige en de gemeenten te gebieden een nieuwe gunningsbeslissing te nemen indien de gemeenten de opdracht nog wensen te verstrekken.
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen van Da Vinci af;
- gebiedt de gemeenten, voor zover zij de opdracht nog willen gunnen, die aan geen ander te gunnen dan aan IVIO;
- veroordeelt Da Vinci in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van IVIO en de gemeenten tot op 18 februari 2021 ieder begroot op € 667,- aan verschotten en € 1.016,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt Da Vinci in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van IVIO tot op heden begroot op € 772,- aan griffierecht, € 85,81 aan explootkosten en € 3.342,- aan salaris advocaat;
- wijst het meer of anders gevorderde af;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.