Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 31 maart 2020
SQL Integrator B.V.,
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat),
Linkit B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“SQL, maar overigens ook Jexo, Onestopsourcing en CC-Group, trekken het zich zeer aan dat de inschrijvingen op de Aanbestedingsprocedure niet volledig zelfstandig en onafhankelijk tot stand zijn gekomen en dat daar vervolgens onjuist over is verklaard. Dit heeft kunnen gebeuren, doordat binnen de voornoemde entiteiten onvoldoende kennis en kunde van het toepasselijke aanbestedingsrecht aanwezig was en door onjuiste externe advisering. Als vanzelfsprekend wenst SQL, maar wensen overigens ook Jexo, Onestopsourcing en CC-Group, te voorkomen dat dit nogmaals gebeurt. Teneinde aan te tonen dat SQL betrouwbaar is, zijn de volgende (zelfreinigende) maatregelen genomen. De maatregelen zijn gericht op het wegnemen van de oorzaken die tot de uitsluiting van verdere deelname aan de Aanbestedingsprocedure hebben geleid. SQL, maar overigens ook Jexo, Onestopsourcing en CC-Group, vertrouwen erop en zijn ervan overtuigd dat de getroffen en nog te treffen maatregelen zodanig zijn dat daarmee de betrouwbaarheid van SQL, maar overigens ook Jexo, Onestopsourcing en CC-Group, kan worden aangetoond.”
- de Staat te gebieden de uitsluitingsbeslissing in te trekken;
- de Staat te verbieden SQL uit te sluiten op basis van de in de uitsluitingsbeslissing opgenomen argumenten;
- de Staat te gebieden de inschrijving van SQL alsnog te beoordelen;
- de Staat te gebieden een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, voor zover hij nog tot gunning wenst over te gaan;
Grief 1is gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat, nu SQL niet is opgekomen tegen het oordeel in de eerdere aanbestedingen dat er sprake is van een “ernstige fout”, in dit geding vaststaat dat SQL zich in die eerdere aanbestedingen aan een ernstige fout heeft schuldig gemaakt. Met
grief 2komt SQL op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat met de door SQL genoemde maatregelen onvoldoende waarborgen in het leven worden geroepen waaraan door de Staat het vertrouwen kan worden ontleend dat in het kader van toekomstige aanbestedingen door de directie van SQL geen valse verklaringen zullen worden afgelegd over de totstandkoming van haar inschrijvingen.
Grief 3keert zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat SQL kennelijk de ernst van de feiten nog steeds niet in ziet.
Grief 4is gericht tegen het oordeel dat de Staat in redelijkheid tot uitsluiting van SQL kon komen en
grief 5heeft betrekking op de beslissing als zodanig en de kostenveroordeling.
- SQL heeft een ernstige beroepsfout begaan, waardoor haar integriteit in twijfel kan worden getrokken (artikel 2.87, eerste lid, onder c Aw 2012);
- er is een belangenconflict in de zin van artikel 1.10b Aw 2012 (artikel 2.87, eerste lid, onder e Aw 2012);
- SQL heeft zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen (artikel 2.87, eerste lid, onder h Aw 2012).
Forposta-arrest (HvJ 13 december 2012, zaak C-465/11, par. 30) overwogen dat het begrip “ernstige fout” gewoonlijk ziet op gedrag van de betrokken marktdeelnemer dat wijst op kwaad opzet of nalatigheid van een zekere ernst van deze marktdeelnemer.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen SQL en de Staat gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 5 december 2019;
- veroordeelt SQL in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 741,- aan verschotten en € 3.222,- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt SQL in de kosten van het geding, aan de zijde van Linkit begroot op € 741 aan griffierecht en € 3.222,- aan salaris advocaat en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.