ECLI:NL:GHDHA:2020:777
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens tardieve indiening
In deze strafzaak was verdachte veroordeeld door de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 21 juni 2019. De dagvaardingen voor de eerste aanleg zijn op 6 mei 2019 aan verdachte uitgereikt, waarmee de termijn voor hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis liep.
Verdachte stelde het hoger beroep echter pas in op 26 augustus 2019, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn. De advocaat-generaal vorderde daarom dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep.
Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat de niet-ontvankelijkheid terecht is, omdat de wettelijke termijn niet was nageleefd. Het arrest werd gewezen door mr. L.A. Pit, mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. F.W. van Lottum op 10 maart 2020.
De beslissing betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard en de uitspraak van de politierechter daarmee in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het te laat instellen daarvan.