ECLI:NL:GHDHA:2020:775

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2020
Publicatiedatum
7 april 2020
Zaaknummer
2200378819
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven

Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 19 juli 2019. De verdachte was niet verschenen in hoger beroep en had geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren kenbaar gemaakt tijdens de zitting.

De advocaat-generaal vorderde daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Het hof zag geen aanleiding om ambtshalve tot inhoudelijke behandeling over te gaan, gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 10 maart 2020.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003788-19
Parketnummer: 09-098273-19
Datum uitspraak: 10 maart 2020
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 19 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
[adres].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. F.W. van Lottum, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 maart 2020.
Mrs. C.G.M. van Rijnberk, F.W. van Lottum en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.