ECLI:NL:GHDHA:2020:745

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2020
Publicatiedatum
3 april 2020
Zaaknummer
2200336519
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken grieven

Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam van 8 juli 2019. Verdachte verscheen niet ter terechtzitting in hoger beroep en diende geen schriftelijke grieven in tegen het vonnis.

De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard wegens het ontbreken van grieven. Het hof stelde vast dat ook ambtshalve geen redenen waren voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 9 maart 2020.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003365-19
Parketnummer: 10-076541-19
Datum uitspraak: 9 maart 2020
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 8 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
adres: [adres].
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2020 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts,
mr. W.M. Limborgh en mr. F.P. Geelhoed, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 maart 2020.
Mr. W.M. Limborgh en mr. F.P. Geelhoed zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.