Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 4 februari 2020
Het verloop van het geding
De beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
Beslissing rechtbank in proces-verbaal van 22 september 2017
Bestreden vonnis 16 januari 2019
tussenvonnis,
De vordering van de man
De vordering van de vrouw in incidenteel appel
Wijze van procederen
Enige feiten en juridisch kader
- In april 2015 is de vrouw feitelijk met de twee kinderen van partijen naar Spanje verhuisd. De man bleef in Nederland wonen. De relatie tussen partijen was niet beëindigd op het moment dat zij gescheiden zijn gaan leven.
- Als gevolg van het feit dat partijen gescheiden gingen wonen en ook geen gemeenschappelijke huishouding meer zouden voeren, bestond aan de zijde van beide partijen binnen hun relatie de behoefte om in financiële zin voor beiden duidelijkheid te creëren en om de financiën te splitsen.
- Vanuit de wens om de financiën te splitsen, heeft de man op 18 november 2015 aan de vrouw een voorstel gedaan, onder andere inhoudende: “(…) ik neem per 4 januari het economische eigendom van het huis over. Dus inclusief alle kosten, lasten, baten en de inboedel m.u.v. jouw persoonlijke spullen.”
- Op 14 maart 2016 stuurt de vrouw een e-mail aan de man waarin onder meer staat: “Mijn voorstel icm met jouw voorstel op 18-11 is: huis: jij neemt het huis over. mij zou bij verkoop voor 575.000,- opleveren 575.000 - 3.500,- = 571.500,- - 535000 = 36.500,- / 2 = 18250,- ik stel voor dat als je ooit het huis verkoopt. Je deze
- Bij e-mail van 16 maart 2016 antwoordt de man: “Ok Beste groet!”
- De affectieve relatie is op 26 juni 2016 door de vrouw beëindigd.
- De e-mailcorrespondentie tussen de man en de vrouw vond plaats ten tijde van de affectieve relatie van partijen en volgens uitdrukkelijke vermelding door zowel de man als de vrouw niet in het kader van de beëindiging daarvan. Deze correspondentie dient dan ook uitsluitend in dit licht te worden bezien.
- De man stelde in zijn e-mail van 18 november 2015 voor het economische eigendom van de woning over te nemen en dat de vrouw hem een volmacht met betrekking tot de verkoop van de woning zou geven. Reeds uit de gekozen terminologie wordt duidelijk dat de man hiermee niet doelde op een toedeling van de woning aan hem ex artikel 3:182 BW Pro, maar op het exclusief gebruik van de woning door de man en dat hij het verkooptraject van de woning voor zijn rekening zou nemen. Dat hij daarbij niet alleen de baten zou ontvangen, maar ook de gebruikers- en eigenaarslasten voor zijn rekening zou nemen, is niet meer dan logisch.
- Toen de heer [naam koper] de met de man en vrouw gesloten koopovereenkomst niet nakwam, hebben de man en de vrouw gezamenlijk de hulp ingeroepen van mr. [volgt naam] . De heer [naam koper] heeft de contractuele boete van € 58.800,- vervolgens voldaan aan de man en de vrouw tezamen.
- De overwaarde op de woning is enkel het gevolg van aflossingen die de vrouw op de hypotheekschuld heeft gedaan. Van enige autonome waardestijging van de woning is geen sprake. Partijen hebben de woning in 2007 aangekocht voor € 535.000,- en vervolgens voor € 139.464,09 laten verbouwen met geleend geld. De woning is in 2018 verkocht voor € 631.000,-. Zonder de door de vrouw gedane aflossingen van in totaal € 139.464,09 had de woning een onderwaarde gekend van € 43.464,09, exclusief de aan- en verkoopkosten.
- Overigens blijkt uit niets dat de vrouw op enig moment bereid is geweest afstand te doen van haar aanzienlijke vergoedingsrechten jegens de eenvoudige gemeenschap casu quo de man. In eerste aanleg heeft de man deze vergoedingsvorderingen van de vrouw bovendien uitdrukkelijk erkend tot een bedrag van € 66.000,-.
Opbrengst woning en contractuele boete
Spaardepot
e-mailcorrespondentie zoals hiervoor vermeld.
Vergoedingsrecht of regresvordering ter zake het overbruggingskrediet?
productie 36: bankafschriften aflossingen). Van de totale overbruggingslening van € 152.000,- heeft de vrouw derhalve in totaal een bedrag van € 139.464,09 afgelost.” Volgens de vrouw hebben partijen niet het volledige bouwdepot gebruikt alleen tot het bedrag dat de vrouw heeft afgelost. Ter onderbouwing van haar stelling heeft de vrouw een tweetal bankafschriften verstrekt. Uit die afschriften volgt dat de bedragen van € 23.464,09 en € 50.000,- van haar ING rekening zijn overgeboekt naar de Rabobank Rotterdam. In de randnummers 60 en 61 geeft zij de kasstroom aan van hoe de overbruggingslening is afgelost. In randnummer 62 geeft de vrouw exact aan dat zij het bedrag van de overbruggingslening - feitelijk verstrekt € 139.464,09 - volledig uit haar vermogen heeft afgelost. Onder XII van haar vermeerdering van eis vordert zij (samengevat) subsidiair dat de man aan haar betaalt de helft van het bedrag van € 139.464,09 zijnde € 69.732,05.