ECLI:NL:GHDHA:2020:676
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vorderingen moeder tot overdracht minderjarigen en afgifte documenten
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter Rotterdam waarin haar vorderingen tot overdracht van de minderjarigen aan haar, een verbod voor de man om de kinderen op zijn adres in te schrijven en tot afgifte van hun paspoorten werden afgewezen.
Het hof stelt vast dat de minderjarigen sinds maart 2019 bij de man wonen met toestemming van de vrouw en dat het ouderlijk gezag uitsluitend door de vrouw wordt uitgeoefend. De woonplaats van de kinderen volgt echter de gezaghebbende ouder. Het hof overweegt dat de belangen van de minderjarigen doorslaggevend zijn, mede gezien hun leeftijd en wens om niet opnieuw te verhuizen, en dat de vrouw geen bewijs heeft geleverd dat het contact met de man wordt belemmerd of dat het niet goed gaat bij de man.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van de vrouw af. Wel legt het hof aan de man op om de minderjarigen binnen 12 uur over te dragen aan de vrouw op een nader te bepalen adres, een verbod op inschrijving van de kinderen op zijn adres en de afgifte van de paspoorten, elk onder dwangsom. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. De minderjarigen verblijven voorlopig bij de grootmoeder tijdens schooldagen en wisselen daarnaast afwisselend bij beide ouders.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de moeder af en bevestigt het vonnis, met ordemaatregelen voor overdracht en afgifte documenten.