ECLI:NL:GHDHA:2020:671
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- P.B. Kamminga
- E.A. Mink
- H. Mollema- de Jong
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling en afwijzing uitbreiding tijdens lopend ouderschapstraject
Partijen, die een affectieve relatie hadden waaruit een dochter is geboren, zijn in geschil over de omgangsregeling na het verbreken van hun relatie. De man vordert in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank dat de omgangsregeling beperkt, een volledige hervatting van de omgangsregeling, mede gezien het belang van de dochter.
De rechtbank had partijen verwezen naar het traject Ouderschap Blijft voor ouderschapsbemiddeling. Het hof oordeelt dat het belang van de dochter vereist dat eerst dit traject wordt doorlopen voordat de omgangsregeling kan worden uitgebreid. De verhouding tussen partijen is nog precair en het hof ziet onvoldoende grond om de omgangsregeling nu te wijzigen.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, compenseert de proceskosten en wijst het meer of anders gevorderde af. De omgangsregeling blijft voorlopig zoals overeengekomen, met contactmomenten op maandag, dinsdag en om de veertien dagen op zaterdag, en het faciliteren van Face Time-contact.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling af zolang het traject Ouderschap Blijft loopt.