ECLI:NL:GHDHA:2020:668

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2020
Publicatiedatum
30 maart 2020
Zaaknummer
2200363719
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

In deze strafzaak is de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld door of namens de verdachte.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 12 maart 2020 heeft het hof vastgesteld dat er geen schriftelijke grieven tegen het vonnis zijn ingediend. Tevens zijn er geen mondelinge bezwaren geuit, noch door de verdachte zelf, noch door een gemachtigde raadsman, die ook niet aanwezig was.

Het hof ziet geen reden om ambtshalve de zaak inhoudelijk te behandelen en verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee blijft het vonnis van de politierechter in stand.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003637-19
Parketnummer(s): 09-109447-19
Datum uitspraak: 12 maart 2020
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte]

geboren te [plaats] op [datum],
adres: [adres].
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2020 heeft het hof vastgesteld dat door of namens de verdachte geen schriftuur met grieven tegen het vonnis is ingediend. Evenmin zijn er door of namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2020 -nu noch de verdachte, noch een gemachtigde raadsman is verschenen- mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Nu het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep
zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,
mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld,
in bijzijn van de griffier mr. E. Mulder.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2020.
Mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.