ECLI:NL:GHDHA:2020:55
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.A.F. Donders
- J.M. van Baardewijk
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing en vervangende toestemming DNA-afname minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep tegen beslissingen van de rechtbank Rotterdam waarbij een gecertificeerde instelling machtiging kreeg tot uithuisplaatsing van een minderjarige en vervangende toestemming voor een medische behandeling, namelijk het afnemen van wangslijm voor DNA-onderzoek.
De moeder van de minderjarige betwistte deze beslissingen en voerde aan dat de maatregel onterecht was en dat het belang van de minderjarige beter gediend was met uitstel van de afstammingsinformatie. Zij stelde dat de afname van DNA geen medische behandeling was en dat de procedure traumatisch en onnodig was.
De gecertificeerde instelling stelde dat de moeder niet meewerkte aan het DNA-onderzoek, ondanks eerdere rechterlijke opdrachten, en dat het belang van de minderjarige bij het weten van haar biologische vader en het opbouwen van een band met hem zwaarder woog dan het belang van de moeder.
Het hof oordeelde dat het recht van de minderjarige op kennis van haar afstamming en persoonlijke identiteit, zoals beschermd door het EVRM en IVRK, prevaleert. De afname van wangslijmvlies kwalificeert als medische behandeling en is noodzakelijk om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden. De machtiging tot uithuisplaatsing als ultimum remedium is gerechtvaardigd gezien de voortdurende weigering van de moeder mee te werken.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen en verwierp het beroep van de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en vervangende toestemming voor DNA-afname bij de minderjarige.