Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 31 maart 2020
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[appellant] ,
Stichting Trivire,
Het geding
- het proces-verbaal van verhoor op 28 oktober 2019 van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] ,
- het proces-verbaal van verhoor op 13 november 2019 van de getuigen [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] en [getuige 7] ,
- het proces-verbaal van verhoor op 20 november 2019 van de tegengetuigen [tegengetuige 1] , [tegengetuige 2] en [tegengetuige 3] .
Verdere beoordeling van het hoger beroep
Beoordeling van het tegenbewijs waartoe [appellant] is toegelaten
Hooguit is op basis van deze laatste verklaringen aannemelijk geworden dat [appellant] aanvankelijk regelmatig tot laat in de avond/begin van de nacht in Den Haag uitging. Dat dit elke avond gebeurde, is daaruit niet af te leiden en het duurde bovendien maar tot in 2016 (toen [appellant] problemen met zijn gezichtsvermogen kreeg). Hier komt bij dat de betreffende getuigen-omwonenden veel klagen over geluidsoverlast na 24.00 uur en in de loop van de nacht. Dit is niet onverenigbaar met de verklaringen van voormelde getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 6] en [getuige 7] . In ieder geval is dit onvoldoende om de verklaringen van de in eerste aanleg gehoorde getuigen ( [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] ) geheel terzijde te laten. Voorts hebben de in hoger beroep gehoorde omwonenden/getuigen [tegengetuige 1] , [tegengetuige 2] en [tegengetuige 3] met name verklaard over de periode ná 2016 (toen [appellant] niet meer uitging in Den Haag). Overigens rechtvaardigt de omstandigheid dat de door de getuigen over en weer genoemde tijdstippen niet precies op elkaar aansluiten in dit geval niet de conclusie dat de verklaringen van de door Trivire voorgebrachte getuigen daarom volledig onbetrouwbaar zijn, zoals [appellant] stelt.
Voor zover [appellant] klaagt over andere buren wijst het hof erop dat eventuele klachten over andere buren, [appellant] niet ontslaat van zijn verplichting, kort gezegd, om zich als goed huurder te gedragen en rekening met elkaar te houden.
Belangen van [appellant]
Slotsom
[appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Beslissing
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Dordrecht, van 18 september 2014 en 4 augustus 2016;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Trivire tot op heden begroot op € 716,-- aan griffierecht en op € 3.222,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.