ECLI:NL:GHDHA:2020:2931
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.E.A.M. van Waesberghe
- H.P.Ch. van Dijk
- C.H.M. Royakkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding voor voorarrest wegens gekwalificeerd illegaal verblijf
De verzoeker, een Iraakse vreemdeling zonder bekende verblijfplaats, werd veroordeeld wegens illegaal verblijf terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard en een inreisverbod tegen hem gold. Deze strafrechtelijke veroordeling werd later door het hof vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard vanwege procedurele redenen.
De verzoeker vroeg vervolgens schadevergoeding aan voor het door hem ondergane voorarrest van 60 dagen. Het hof overwoog dat toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 533 Sv Pro alleen mogelijk is indien gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof stelde vast dat de verzoeker op de hoogte was van zijn status als ongewenst vreemdeling en het inreisverbod, en dat hij ondanks aanzeggingen illegaal in Nederland verbleef. De Hoge Raad en het HvJ EU bevestigden de strafbaarheid van dergelijk verblijf onder de voorwaarden van de Terugkeerrichtlijn.
Gezien deze omstandigheden oordeelde het hof dat geen billijkheidsgronden aanwezig zijn om schadevergoeding toe te kennen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding voor het ondergane voorarrest wordt afgewezen wegens het ontbreken van billijkheidsgronden.