ECLI:NL:GHDHA:2020:285
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzetheling navigatiesystemen
Het gerechtshof Den Haag heeft op 13 januari 2020 in hoger beroep het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 10 september 2018 vernietigd. De verdachte was primair en subsidiair ten laste gelegd van het plegen van opzetheling van meerdere navigatiesystemen, waarvan hij zou hebben geweten of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door diefstal waren verkregen.
Na beoordeling van het bewijs oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De advocaat-generaal had eveneens gevorderd tot vrijspraak, waarop het hof deze volgde. Daarnaast werd de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie afgewezen.
Het hof paste vanwege overgangsrechtelijke overwegingen met betrekking tot artikel 6:6:7 WvSv Pro het oude recht toe voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Hoewel nieuwe wetgeving het hoger beroep tegen de tenuitvoerleggingsbeslissing zou uitsluiten, achtte het hof dit onaanvaardbaar in het licht van het recht op een eerlijk proces.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag, waarbij één van de rechters niet in staat was het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzetheling wegens onvoldoende bewijs en vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie wordt afgewezen.