ECLI:NL:GHDHA:2020:2785
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlaagd btw-tarief op medische hulpmiddelen versus niet-receptplichtige geneesmiddelen
Belanghebbende, een producent en leverancier van farmaceutische producten voor huidaandoeningen, betwistte een naheffingsaanslag omzetbelasting en boete opgelegd door de Inspecteur. De kern van het geschil betrof de vraag of het verlaagde btw-tarief van toepassing is op haar producten, die medische hulpmiddelen zijn met een CE-markering, maar geen handelsvergunning als geneesmiddel hebben.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de producten niet onder de wettelijke definitie van geneesmiddelen vallen zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet en dat het fiscale neutraliteitsbeginsel niet is geschonden. De producten verschillen in rechtsregime en controlewaarborgen van geregistreerde geneesmiddelen, wat voor de gemiddelde consument een beslissende factor is.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel en benadrukte dat de wetgever binnen de grenzen van de EU-richtlijn is gebleven bij het bepalen van het toepassingsbereik van het verlaagde btw-tarief. Het Hof oordeelde dat eventuele strijdigheid met het unierechtelijke neutraliteitsbeginsel bij de nationale wetgever moet worden aangekaart. Het beroep werd gegrond verklaard voor wat betreft de proceskostenvergoeding, maar verder ongegrond. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op de medische hulpmiddelen van belanghebbende; het beroep wordt afgewezen behalve voor proceskostenvergoeding.