ECLI:NL:GHDHA:2020:2755
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- B.P. de Boer
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.J. de Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling na bewezenverklaring diefstal en poging
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag waarin verdachte was veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf voor diefstal uit een telefoonwinkel en poging tot diefstal uit een eetgelegenheid.
De verdachte had tijdens de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke invrijheidstelling nieuwe strafbare feiten gepleegd. De rechtbank had daarom de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen en een extra gevangenisstraf van 37 dagen opgelegd.
Het hof bevestigde de veroordeling voor de diefstal en poging, maar vernietigde het deel van het vonnis dat de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling betrof. Het hof vond het niet opportuun de herroeping toe te wijzen omdat verdachte inmiddels was geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar, waardoor een extra gevangenisstraf niet wenselijk was.
Het hof bracht tevens een verbetering aan in de motivering van het vonnis en voegde artikel 63 Sr Pro toe aan de toepasselijke wetsartikelen. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd afgewezen, terwijl het overige vonnis werd bevestigd.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen, overige veroordeling wordt bevestigd.