ECLI:NL:GHDHA:2020:2522
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens diplomatieke immuniteit verdachte
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het wegnemen van een trainingsbroek met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. In hoger beroep stelde het openbaar ministerie zich niet-ontvankelijk vanwege diplomatieke immuniteit van de verdachte op grond van een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven identiteitskaart met code BD.
Het hof constateerde dat de politie bij het eerste verhoor onvoldoende onderzoek had gedaan naar het buitenlandse identiteitsbewijs, terwijl de verdachte dit later tijdens de terechtzitting kon tonen. Op basis hiervan oordeelde het hof dat de verdachte absolute immuniteit geniet volgens het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. De zaak werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de tenlastelegging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens diplomatieke immuniteit van verdachte.