ECLI:NL:GHDHA:2020:2420
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing en omgangsregeling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin haar verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing en tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind werd afgewezen.
De schriftelijke aanwijzing betrof een e-mail van de gecertificeerde instelling waarin een bezoekregeling tijdens de coronacrisis werd voorgesteld. De moeder stelde dat deze e-mail een besluit met rechtsgevolgen was en dat zij niet adequaat was geïnformeerd over haar rechten.
Het hof oordeelde dat de e-mail geen schriftelijke aanwijzing in de zin van artikel 1:265f BW was, maar een voorstel dat telefonisch was besproken en geaccepteerd. Hierdoor was de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervallenverklaring. Ook haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling, dat afhankelijk was van de schriftelijke aanwijzing, werd niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de verzoeken van de moeder afwees en sprak de moeder alsnog niet-ontvankelijk uit. Tevens wees het hof het verzoek tot prorogatie af wegens gebrek aan instemming van de gecertificeerde instelling.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing en tot vaststelling van een omgangsregeling.