Uitspraak
1.Het beklag
een onbekend gebleven persoon, bij klager bekend onder de naam “[\]”,beklaagde
,ter zake van mensenhandel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Klager, een Nigeriaanse nationaliteit hebbende persoon, deed aangifte van mensenhandel gepleegd in Italië, waarbij hij gedwongen zou zijn drugs te verhandelen. De officier van justitie stelde geen vervolging in wegens het ontbreken van Nederlandse rechtsmacht. De aangifte werd gedeeld met Italiaanse autoriteiten.
De raadsman van klager voerde aan dat Nederland wel rechtsmacht zou moeten hebben vanwege mogelijke betrokkenheid van Nederlanders en internationale samenwerking volgens EU-richtlijn 2011/36/EU. Tevens stelde hij dat het onderzoek te summier was en dat het hof prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU zou moeten stellen.
Het hof oordeelde dat Nederland geen rechtsmacht heeft omdat de verdachte geen Nederlander is, noch een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, en het feit niet tegen een Nederlander is gepleegd. De aangifte bevatte geen aanwijzingen van Nederlandse betrokkenheid. Het hof wees het verzoek tot prejudiciële vragen af omdat deze niet relevant waren voor de beslissing.
Daarom werd het beklag afgewezen en het sepot gehandhaafd. De status van de verblijfstitel van klager werd niet beoordeeld in deze procedure.
Uitkomst: Het beklag wordt afgewezen wegens het ontbreken van Nederlandse rechtsmacht.