ECLI:NL:GHDHA:2020:2271
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens openlijke geweldpleging
De rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2020 de voorlopige hechtenis van de verdachte bevolen voor 60 dagen wegens verdenking van in vereniging gepleegde openlijke geweldpleging. De verdachte stelde in hoger beroep dat de ernstige bezwaren ontbraken, maar het hof oordeelde dat deze wel aanwezig zijn op basis van het dossier en de behandeling in raadkamer.
Het hof achtte het niet evident dat sprake was van noodweer(exces) en stelde dat de beoordeling van het bewijsmateriaal pas in de inhoudelijke behandeling kan plaatsvinden. De raadsman merkte op dat de schorsing van de voorlopige hechtenis was opgeheven wegens een verdenking van een Opiumwetfeit, waarvan geen stukken waren ontvangen, maar het hof vond dit een ongelukkige gang van zaken zonder concrete gevolgen.
Een verzoek van de raadsman om een oordeel over de rechtmatigheid van de vervolging werd afgewezen omdat dit niet in de appelprocedure kan worden behandeld. Het hof wees het hoger beroep af en handhaafde de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en handhaaft de voorlopige hechtenis van de verdachte.