Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 10 november 2020
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
[naam 1] HANDELSKWEKERIJ B.V.,
appellante,
[naam 2] BEHEER B.V.(in de stukken hier en daar bij vergissing [naam 2] B.V. genoemd)gevestigd te [vestigingsplaats] (gemeente [gemeente] ),
Het geding
- het procesdossier van eerste aanleg, waaronder het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 november 2019 (hierna ook: het bestreden vonnis);
- de dagvaarding in hoger beroep van 6 januari 2020;
- het tussenarrest van 28 januari 2020 waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 maart 2020;
- de memorie van grieven (met 1 productie)
- de memorie van antwoord (met producties).
Beoordeling van het hoger beroep
De procedure bij de kantonrechter
De procedure in hoger beroep
Verdere beoordeling van het hoger beroep
Ad (i) de hoogte van de wekelijkse huur per persoon
schriftelijkalleen heeft geprotesteerd tegen het berekende aantal seizoenarbeiders plus btw is daartoe in de gegeven omstandigheden onvoldoende, temeer nu niet is bestreden dat het seizoen toen in volle gang was en Handelskwekerij niet het risico kon lopen dat haar seizoenarbeiders zonder woonruimte zouden komen te zitten. Beheer heeft geen nader bewijs omtrent de gestelde afgesproken huurverhoging aangeboden. Het bewijsaanbod in randnummer 27 van de memorie van antwoord kan niet als zodanig gelden omdat het niet is gespecificeerd. De grondslag van de vordering is dus niet komen vast te staan, zodat het gevorderde bedrag wegens niet betaalde huurverhoging moet worden afgewezen.
Ad (ii), de berekende energiekosten
€ 1.947,08 (€ 2.163,42 – min € 216,34) van Handelskwekerij heeft gevorderd. Volgens Handelskwekerij heeft Beheer de omslag niet juist berekend omdat er naast [naam 3] nog een tweede persoon (ook [voornaam] genaamd), niet zijnde een seizoenarbeider van Handelskwekerij, in de woning verbleef. Volgens Handelskwekerij heeft zij met haar betaling van € 1.514,39 (berekening in productie 4 conclusie van antwoord) aan haar verplichtingen voldaan.
“Hierbij verklaar ik, [naam 3] dat ik in 2016 tot heden in de periodes januari-mei van elk jaar in de woning [adres] te [plaatsnaam] heb gewoond. Overigens woon ik daar nog steeds.Ik ben in genoemde jaren/periodes steeds de vaste en enige contactpersoon tussen de huiseigenaar, de heer [naam 2] , en de bewoners geweest. Als er problemen, storingen of overlast was dan besprak ik dat met de huiseigenaar en hielp bij het oplossen daarvan. Feitelijk doe ik dat nog steeds.In de periode januari t/m mei 2017 hebben meerdere Poolse seizoenarbeiders (werkzaam voor Plantenkwekerij [naam 1] BV) in de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] gewoond en was ik namens de huiseigenaar de enige andere bewoner èn contactpersoon.”
Beslissing
Het hof:
- vernietigt het bestreden vonnis, en
- wijst de vorderingen van Beheer af;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep draagt.