De man en vrouw zijn gehuwd en hebben een minderjarige zoon. Na een ernstig incident waarbij de minderjarige van een flat viel, waarbij de man als verdachte werd aangemerkt, heeft de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigd en de echtscheiding uitgesproken.
De man kwam in hoger beroep tegen de beëindiging van het gezag en de echtscheiding. Hij ontkent betrokkenheid bij het incident en stelt dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht en dat het gezamenlijk gezag behouden moet blijven.
De vrouw handhaaft haar standpunt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht door huiselijk geweld en het incident met de minderjarige. De raad voor de kinderbescherming adviseert dat het in het belang van het kind is dat de vrouw het eenhoofdig gezag krijgt.
Het hof oordeelt dat het hoger beroep tegen de echtscheiding niet-ontvankelijk is omdat de man in eerste aanleg het verzoek tot echtscheiding heeft erkend. Het hof bekrachtigt de beslissing tot eenhoofdig gezag aan de vrouw vanwege de ernstige verstoring van de ouderlijke verhouding en het belang van het kind.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.