ECLI:NL:GHDHA:2020:1783
Gerechtshof Den Haag
- Tussenbeschikking
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- A.R.J. Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling en gezagsverhouding minderjarigen met afwijkende persoonsgegevens
De vader is in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen vanwege afwijkingen in zijn persoonsgegevens tussen de BRP en eerdere echtscheidingsbeschikkingen. In hoger beroep betoogt hij dat hij dezelfde persoon is en dat de rechtbank hem ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard zonder nader onderzoek.
Het hof stelt ambtshalve vast dat het Nederlandse gerecht rechtsmacht heeft, aangezien de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden bij indiening van het verzoek. Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is, omdat voldoende duidelijk is dat hij dezelfde persoon is en de moeder het vaderschap niet betwist.
Daarnaast onderzoekt het hof de gezagsverhouding en concludeert dat op grond van Iraaks recht het gezag van rechtswege aan beide ouders toekomt. Over de zorgregeling en omgang is het hof onvoldoende geïnformeerd, mede door tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van contact. Daarom verzoekt het hof de raad voor de kinderbescherming een onderzoek en advies uit te brengen over contactmogelijkheden en de vormgeving van een zorgregeling, waarna de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader ontvankelijk en houdt de zaak aan voor nader onderzoek door de raad voor de kinderbescherming.