Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 12 mei 2020
[de vrouw]
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
12 september 2018 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan.
(het hof begrijpt: arrest)aan de man af te geven de zaken en persoonlijke bezittingen als genoemd in productie 4 en van de ontbrekende items 28, 29, 34 (vier centerpins) en 36 (ontbrekende onderdelen stoommachine in houten kistje) als vermeld op productie 3, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- in het geval zij in gebreke zou blijven met de voldoening aan deze veroordeling;
het hof begrijpt: eenvoudige) gemeenschappen vast te stellen als volgt:
€ 10.000,-, ter vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der voldoening,
het hof begrijpt: de vonnissen) op het in het incidenteel appel genoemde punt in overeenstemming met deze gegrondverklaring vernietigt;
Enige achtergrondinformatie
Het geschil
te verklaren voor recht dat de man enig eigenaar is van de zaken en persoonlijke bezittingen als genoemd in productie 4 bij inleidende dagvaarding en van de ontbrekende items 28, 29, 34 (vier centerpins) en 36 (ontbrekende onderdelen stoommachine in houten kistje) als vermeld op productie 3 bij inleidende dagvaarding)”.
de inboedel is geheel privé-eigendom van de comparante sub 2 genoemd” Met de comparante sub 2 wordt de vrouw aangeduid.
‘in een voorbespreking heeft u aangegeven dat alle inboedel van [de vrouw] is’.Met ‘u’ kunnen ook partijen gezamenlijk zijn bedoeld;
WAZ-uitkering, ook over voorliggende jaren. Volgens de man heeft hij - onverschuldigd - met deze gelden de volgende betalingen voor de vrouw gedaan: