De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf voor het stelen van kleding bij Primark in Rotterdam. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in. Het hof oordeelt dat de verdachte inderdaad kleding heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, en verklaart het overige tenlastegelegde niet bewezen.
Het hof baseert zijn oordeel op de feiten en omstandigheden uit de bewijsmiddelen, waarbij het onder meer meermalen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten in aanmerking neemt. De verdachte heeft kleding in een lift verstopt en de winkel verlaten zonder te betalen.
Gezien de ernst van het feit, de recidive en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen passend. Tevens wordt de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 17 dagen, omdat de verdachte tijdens de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegde.
De straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, voor zover deze nog niet op een andere straf in mindering is gebracht. Het arrest is gewezen door drie rechters, waarvan één niet in staat was mede te ondertekenen.