ECLI:NL:GHDHA:2020:1626
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over uitvoerbaarheid bij voorraad van proceskostenveroordeling in hoger beroep
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen Bayer Intellectual Property GmbH en Ceva Santé Animale SA stond een incident centraal betreffende de uitvoerbaarheid bij voorraad van een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter in eerste aanleg had Bayer veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Ceva, maar deze veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Ceva verzocht in het incident alsnog om uitvoerbaarheid bij voorraad van deze proceskostenveroordeling, stellende dat zij dit in eerste aanleg per abuis niet had gevorderd en er belang bij had. Bayer voerde verweer en stelde dat er onvoldoende onderbouwing was en dat haar belang bij behoud van de bestaande toestand zwaarder woog, mede vanwege economische onzekerheden door de coronapandemie.
Het hof verwees naar de maatstaven van de Hoge Raad voor de belangenafweging bij uitvoerbaarheid bij voorraad en oordeelde dat het uitgangspunt is dat een veroordeling hangende hoger beroep uitvoerbaar dient te zijn. Het hof stelde vast dat in eerste aanleg geen belangenafweging had plaatsgevonden en dat het verzoek van Ceva terecht was. De door Bayer aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om een reëel restitutierisico aan te nemen. Daarom werd de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Bayer veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling tegen Bayer wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het incident wordt toegewezen.