ECLI:NL:GHDHA:2020:1568

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2020
Publicatiedatum
28 augustus 2020
Zaaknummer
2200468818
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor diefstal van een tas in hoger beroep

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven dagen, waarvan vier dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens diefstal van een tas met inhoud die toebehoorde aan een ander. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel van €150,00 opgelegd aan de benadeelde partij.

Namens de verdachte werd hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Het gerechtshof Den Haag heeft het onderzoek van de politierechter en de behandeling in hoger beroep zorgvuldig bestudeerd, inclusief de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de verdachte.

Het hof heeft geen aanleiding gevonden om af te wijken van het vonnis van de politierechter. Wel heeft het hof de toepasselijke wetsartikelen aangevuld met artikel 63 en Pro de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht vanwege eerdere veroordelingen van de verdachte na het bewezenverklaarde feit.

Uiteindelijk bevestigt het hof het vonnis van de politierechter met deze aanvullingen en legt daarmee de opgelegde straf en schadevergoeding ongewijzigd vast.

Uitkomst: Bevestiging van zeven dagen gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, voor diefstal van een tas.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004688-18
Parketnummer: 09-229922-18
Datum uitspraak: 26 augustus 2020
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 20 november 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1999,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven dagen met aftrek van voorarrest, waarvan vier dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts is de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 150,00 aan materiële schade waarbij de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 november 2018 te Leiden een tas met inhoud, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.
Aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezenverklaarde feit gepleegd is opnieuw tot straf is veroordeeld, zal het hof de in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikelen aanvullen met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, alsmede met de artikelen 14a, 14b en 14c.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve met de aanvullingen als voormeld te worden bevestigd.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,
mr. Th.P.L. Bot en mr. C.M. Derijks, in bijzijn van de griffier mr. C.M. Jellema.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 augustus 2020.